Van IT-bedrijf naar uitlener: de regels waar je mee te maken krijgt
05-11-2026 · Samantha Kloos-KilkensWie collega's in dienst neemt en ze bij klanten laat werken onder leiding en toezicht van die klant, is voor de wet een uitlener, ook als het om gespecialiseerd security-werk gaat. In dit blog zet ik de regels op een rij waar we als detacheerder mee te maken kregen: de registratie en de cao, pensioen, de SFU en de PAWW, de g-rekening, wat er met de Wtta aankomt en de administratie eromheen.
Het is geen handleiding en ik ben geen jurist of fiscalist, het is wat ik onderweg ben tegengekomen. Het bredere verhaal over ondernemen als IT'er, met lease, contracten, verzekeringen en de markt, staat in een ander blog.
Foto: Kelsy Gagnebin via Unsplash
De registratie als uitlener
Welke cao geldt
De grootste verandering in deze cao is de gelijkwaardige beloning. Voorheen nam je een deel van de arbeidsvoorwaarden van de opdrachtgever over, de inlenersbeloning. Nu moet het hele pakket van een uitzendkracht evenveel waard zijn als dat van een vergelijkbare medewerker bij de opdrachtgever. Gelijkwaardig is niet hetzelfde als gelijk: je mag het anders invullen, maar heeft de opdrachtgever iets beters, bijvoorbeeld een betere pensioenregeling, dan compenseer je het verschil. De Waadi zegt in de basis al dat een uitgeleende medewerker minimaal hetzelfde loon en dezelfde vergoedingen krijgt als vergelijkbare medewerkers van de opdrachtgever. Bij security-specialisten ligt het salaris meestal al boven dat niveau, maar je moet het wel kunnen laten zien, en dus vraag je bij elke opdrachtgever de arbeidsvoorwaarden op.
Pensioen, SFU en PAWW
StiPP stond lang bekend als een mager pensioen, en dat was het ook: in de oude basisregeling was de premie 8 procent van de pensioengrondslag, in de plusregeling 12 procent. Sinds 1 januari 2026 is er één regeling met een premie van 23,4 procent, waarvan de werkgever 15,9 procent betaalt en de werknemer 7,5 procent. Daarmee is het een goed, concurrerend pensioen geworden. Dat moest ook wel: onder de nieuwe cao moet de beloning evenveel waard zijn als bij de opdrachtgever, en een mager pensioen zou je dan alsnog moeten compenseren.
Let daarbij op de timing. De verplichting geldt vanaf de datum waarop je onder het fonds valt. Loopt je bestaande regeling dan nog door, dan betaal je over dezelfde periode twee keer premie. Zoek dus uit of er een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds voor je geldt voordat je zelf een regeling kiest.
Toen we ons bij StiPP aanmeldden, werden we automatisch ook aangemeld bij de SFU, de Stichting Fonds Uitzendbranche. Dat is een aparte organisatie, maar het ging wel in één keer mee. Daaruit wordt onder meer de SNCU betaald, die controleert of uitleners zich aan de cao voor uitzendkrachten houden. Dat betaal je zelf mee: één keer per jaar een bijdrage van maximaal 0,2 procent van het sv-loon.
Als je onder de uitzendbranche valt, kun je ook een brief verwachten van Stichting PAWW. De PAWW is een private aanvulling op de WW en de WGA, en de uitzendbranche doet daar sinds 2022 aan mee. De premie, in 2026 0,1 procent van het brutoloon, betaalt de werknemer zelf. Als werkgever houd je die in en draag je hem af, dus het is vooral administratie. Kijk wel goed vanaf welke datum je wordt aangesloten: dat hoort het moment te zijn waarop je echt onder de uitzendbranche valt.
De g-rekening
Hoeveel er op de g-rekening wordt gestort, spreek je per opdrachtgever af. Het SNA-keurmerk (NEN 4400-1) was tot nu toe de manier om dat percentage omlaag te krijgen. Wij halen het nu vooral voor de Wtta: de inspectie voor de toelating toetst grotendeels aan dezelfde normen als NEN 4400-1, dus met SNA ben je daar al op voorbereid. Sinds we ons daarop voorbereiden registreren we de uren met begin- en eindtijden.
Sinds de start van het bedrijf heb ik opvallend veel brieven op papier naar de Belastingdienst moeten sturen, en de g-rekening is daar een goed voorbeeld van. We hadden die eerst alleen geopend voor de loonheffing. Het btw-nummer is vrijwel gelijk aan het loonheffingennummer, alleen eindigt het op B01 in plaats van L01, dus ik ging ervan uit dat de rekening daarmee ook voor de btw te gebruiken was. Dat bleek niet zo: je stort, krijgt het teruggestort, en dan gaat er weer een brief op papier naar de Belastingdienst om ook de btw aan de rekening te koppelen.
Ook het deblokkeren van de g-rekening gaat niet altijd vanzelf. Het saldo loopt op doordat sommige opdrachtgevers een vast percentage storten dat hoger uitvalt dan de loonheffing en btw die er werkelijk tegenover staan. Eerder hebben we al eens een deel laten vrijgeven, en dat ging zonder onderzoek door. Deze keer was ik aan de beurt voor een boekenonderzoek. Volgens de veldtoetser kwam dat door de combinatie van de g-rekening met onze sectorindeling, want we stonden nog niet als uitzendbedrijf ingedeeld. Tussen het verzoek en het bezoek van de Belastingdienst zaten bijna drie weken, en zolang dat loopt staat het geld vast. Onze boeken zijn op orde, dus het onderzoek zelf viel mee. Rond het middaguur kwam de Belastingdienst op kantoor, dezelfde dag lag er een conceptrapport, en de conclusie was dat er geen aanwijzingen waren voor onjuist gebruik van de g-rekening en dat het volledige bedrag kon worden vrijgegeven. In het gesprek kwam ook de sectorindeling voor de werknemersverzekeringen aan bod. Nu we meer detacheren dan toen we begonnen, passen we beter in sector 52 Uitzendbedrijven. Die herindeling vragen we aan, zodat we daar uiterlijk medio 2027 onder vallen.
Wat er aankomt: de Wtta en de g-rekening
Voor de toelating heb je onder meer een VOG voor rechtspersonen nodig en een waarborgsom van 100.000 euro. Een starter stort die in twee delen, eerst 50.000 euro en na zes maanden nog eens 50.000 euro, en krijgt het geld pas na vier jaar terug als hij zich aan de regels heeft gehouden. Dat is geld dat je niet in mensen of groei kunt steken, en voor een bedrijf van een paar jaar oud is dat een flinke hap. Uitleners die op 31 december 2026 al vier jaar onafgebroken als uitlener zijn ingeschreven, aantoonbaar hebben uitgeleend en een schone verklaring van de Belastingdienst kunnen laten zien, zijn vrijgesteld.
Ook aan de g-rekening verandert iets. Je hoort er van alles over, ook dat hij zou verdwijnen. Dat klopt niet: de staatssecretaris van Financiën wil hem juist verplicht maken voor uitleners, al gaat dat niet eerder in dan 1 januari 2029. Wat wel verandert is de inlenersaansprakelijkheid. Vanaf 2027 kan de Belastingdienst een inlener aansprakelijk stellen voor 35 procent van het factuurbedrag, zonder eerst uit te zoeken wat de uitlener echt schuldig is. Stort de inlener die 35 procent op de g-rekening en voldoet hij aan zijn administratieve verplichtingen, dan is hij in principe gevrijwaard. Dat geldt voor belastingtijdvakken vanaf 2027. Het SNA-keurmerk blijft bestaan als kwaliteitskeurmerk, maar geeft onder de Wtta geen vrijwaring meer.
De administratie eromheen
Voor de btw is er daarnaast het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting (BUA). Krijgt een medewerker in een jaar voor meer dan 227 euro exclusief btw aan voorzieningen, bijvoorbeeld een kerstpakket of een personeelsuitje, dan mag je de btw op al die voorzieningen niet aftrekken. Wij gaan daar per persoon sowieso overheen, dus aan het eind van het jaar corrigeren we die btw in de laatste aangifte, net als de btw voor het privégebruik van de auto's van de zaak.
Het tweede zijn facturen via een broker. Bij opdrachten via een broker die met self-billing werkt, maakt de broker de factuur namens jou op. Die boek je niet als eigen verkoopfactuur en hij krijgt geen nummer uit je eigen factuurreeks. Je controleert de uren, het tarief en de btw, en de btw hoort in de periode van de factuurdatum die de broker gebruikt.
Als je zelf gaat uitlenen
- Controleer of je KVK-registratie en SBI-code passen bij hoe je nu werkt, en pas ze aan als uitlenen je verdienmodel is geworden.
- Vraag bij elke opdrachtgever de arbeidsvoorwaarden op, zodat je kunt laten zien dat de beloning minstens gelijkwaardig is.
- Zoek uit of er een verplichtgesteld pensioenfonds voor je geldt voordat je een eigen regeling kiest.
- Vraag een g-rekening aan met zowel je loonheffingennummer als je btw-nummer eraan gekoppeld, zodat je niet hoeft te wachten op een extra brief.
- Kijk of je sectorindeling voor de werknemersverzekeringen nog klopt.
- Leen je al uit, meld je dan in november of december 2026 aan voor de overgangsregeling van de Wtta, en reken de waarborgsom door in je planning.
Bronnen
- ABU: Cao voor Uitzendkrachten 2026-2028
- ABU: cao-update en stand van de AVV-aanvraag
- Flexmarkt: gaat de minister de uitzendcao algemeen verbindend verklaren?
- De Zaak: nieuwe cao en pensioenregeling voor uitzendkrachten
- CNV: verbeterde pensioenregeling voor uitzendkrachten (oude en nieuwe premie)
- AWVN: PAWW-premie blijft 0,1% in 2026
- Rijksoverheid: internetconsultatie wijziging eisen voor het uitlenen van personeel (oktober 2026)
- SRA: gefaseerde inwerkingtreding Wtta
- KVK: Waadi, personeel uitlenen of inhuren
- SFU-cao 2026 (bijdrage SFU)
- KVK: ketenaansprakelijkheid en een G-rekening
- Belastingdienst: ketenaansprakelijkheid
- Belastingdienst: g-rekening aanvragen, gebruiken, deblokkeren of opheffen
- Belastingdienst: formulier Aanvraag g-rekening
- Ondernemen met personeel: g-rekening, wat is het en hoe werkt het
- Moore DRV: wat de Wtta vanaf 2027 betekent voor de inlenersaansprakelijkheid
- Rendement: uitleners moeten verplicht g-rekening gaan gebruiken
- SRA: vereenvoudiging inlenersaansprakelijkheid vanaf 2027
- ABU: praktische gids klaar voor de Wtta
- MKB Servicedesk: zo werkt de werkkostenregeling in 2026
- Belastingdienst: personeelsvoorzieningen en relatiegeschenken (BUA)