Van IT-bedrijf naar uitlener: de regels waar je mee te maken krijgt

05-11-2026 · Samantha Kloos-Kilkens

Wie collega's in dienst neemt en ze bij klanten laat werken onder leiding en toezicht van die klant, is voor de wet een uitlener, ook als het om gespecialiseerd security-werk gaat. In dit blog zet ik de regels op een rij waar we als detacheerder mee te maken kregen: de registratie en de cao, pensioen, de SFU en de PAWW, de g-rekening, wat er met de Wtta aankomt en de administratie eromheen.

Het is geen handleiding en ik ben geen jurist of fiscalist, het is wat ik onderweg ben tegengekomen. Het bredere verhaal over ondernemen als IT'er, met lease, contracten, verzekeringen en de markt, staat in een ander blog.

Een stapel boeken vol gekleurde plakbriefjes Foto: Kelsy Gagnebin via Unsplash

De registratie als uitlener

Het begint bij de KVK. Doe je een project onder je eigen regie, dan is dat aanneming van werk of dienstverlening en val je niet onder de regels voor uitleners. Werken je mensen onder leiding en toezicht van de klant, dan gelden dezelfde regels als voor een uitzendbureau. Toen we begonnen was uitlenen iets wat af en toe gebeurde, en daar hoort de registratie als niet-bedrijfsmatig uitlener bij. Toen detachering ons verdienmodel werd, hebben we de registratie daarop aangepast: we staan nu geregistreerd voor bedrijfsmatig ter beschikking stellen (de Waadi-registratie) en de SBI-code voor uitleenbureaus (78202) staat erbij. Dat lijkt administratief, maar het bepaalt mee onder welke regels en cao's je valt.

Welke cao geldt

Met die registratie komt ook de vraag welke cao voor je geldt. Voor uitzendbureaus en detacheerders is dat de Cao voor Uitzendkrachten. Daarvan zijn er eigenlijk twee: de ABU en de NBBU hebben elk hun eigen cao, met vrijwel dezelfde tekst, allebei afgesloten met vakbond LBV en geldig van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028. Leden zijn direct gebonden aan de cao van hun eigen vereniging. Voor andere uitleners geldt een cao pas als de minister van SZW hem algemeen verbindend verklaart (avv), en dan voor elke onderneming die voor meer dan de helft van de loonsom personeel uitleent. Alleen de ABU-cao is voor avv aangeboden, en bij het schrijven van dit blog had de minister daar nog geen besluit over genomen.

De grootste verandering in deze cao is de gelijkwaardige beloning. Voorheen nam je een deel van de arbeidsvoorwaarden van de opdrachtgever over, de inlenersbeloning. Nu moet het hele pakket van een uitzendkracht evenveel waard zijn als dat van een vergelijkbare medewerker bij de opdrachtgever. Gelijkwaardig is niet hetzelfde als gelijk: je mag het anders invullen, maar heeft de opdrachtgever iets beters, bijvoorbeeld een betere pensioenregeling, dan compenseer je het verschil. De Waadi zegt in de basis al dat een uitgeleende medewerker minimaal hetzelfde loon en dezelfde vergoedingen krijgt als vergelijkbare medewerkers van de opdrachtgever. Bij security-specialisten ligt het salaris meestal al boven dat niveau, maar je moet het wel kunnen laten zien, en dus vraag je bij elke opdrachtgever de arbeidsvoorwaarden op.

Pensioen, SFU en PAWW

De KVK-registratie aanpassen was het makkelijke deel. Toen detachering de hoofdzaak werd, hebben we ons op eigen initiatief aangemeld bij StiPP, het pensioenfonds voor de uitzendsector. StiPP stelde vast dat Argus IT onder de verplichtstelling valt. Verplichtstelling betekent dat je geen keuze hebt: een eigen regeling mag alleen als die minstens gelijkwaardig is, en daarvoor moet je vrijstelling aanvragen. We hadden voor de collega's al een pensioenregeling bij een verzekeraar. Die houden kan dus alleen met een vrijstelling, en dan moet je met een verklaring van een actuaris aantonen dat je regeling gelijkwaardig is. Het aanvragen van die vrijstelling kost geld, bij StiPP en voor de actuaris, en daarna ben je bij elke wijziging weer aan de beurt: verandert de regeling van StiPP, zoals per 2026, of je eigen regeling, dan moet je de gelijkwaardigheid opnieuw laten zien. Dat wilden we niet, dus zijn we naar StiPP gegaan.

StiPP stond lang bekend als een mager pensioen, en dat was het ook: in de oude basisregeling was de premie 8 procent van de pensioengrondslag, in de plusregeling 12 procent. Sinds 1 januari 2026 is er één regeling met een premie van 23,4 procent, waarvan de werkgever 15,9 procent betaalt en de werknemer 7,5 procent. Daarmee is het een goed, concurrerend pensioen geworden. Dat moest ook wel: onder de nieuwe cao moet de beloning evenveel waard zijn als bij de opdrachtgever, en een mager pensioen zou je dan alsnog moeten compenseren.

Let daarbij op de timing. De verplichting geldt vanaf de datum waarop je onder het fonds valt. Loopt je bestaande regeling dan nog door, dan betaal je over dezelfde periode twee keer premie. Zoek dus uit of er een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds voor je geldt voordat je zelf een regeling kiest.

Toen we ons bij StiPP aanmeldden, werden we automatisch ook aangemeld bij de SFU, de Stichting Fonds Uitzendbranche. Dat is een aparte organisatie, maar het ging wel in één keer mee. Daaruit wordt onder meer de SNCU betaald, die controleert of uitleners zich aan de cao voor uitzendkrachten houden. Dat betaal je zelf mee: één keer per jaar een bijdrage van maximaal 0,2 procent van het sv-loon.

Als je onder de uitzendbranche valt, kun je ook een brief verwachten van Stichting PAWW. De PAWW is een private aanvulling op de WW en de WGA, en de uitzendbranche doet daar sinds 2022 aan mee. De premie, in 2026 0,1 procent van het brutoloon, betaalt de werknemer zelf. Als werkgever houd je die in en draag je hem af, dus het is vooral administratie. Kijk wel goed vanaf welke datum je wordt aangesloten: dat hoort het moment te zijn waarop je echt onder de uitzendbranche valt.

De g-rekening

Een g-rekening is een geblokkeerde bankrekening waarop een opdrachtgever een deel van wat hij je betaalt stort, en waarvan je alleen loonheffing en btw mag betalen. Hij is niet voor ieder bedrijf, maar voor bedrijven waarvan de opdrachtgever aansprakelijk kan worden gesteld als het bedrijf zijn loonheffing of btw niet betaalt. Dat speelt in twee situaties. Bij ketenaansprakelijkheid gaat het om onderaanneming van werk dat iets tastbaars oplevert, zoals in de bouw, loonwerk in de landbouw of het maken van kleding. Advieswerk valt daar niet onder. Bij inlenersaansprakelijkheid gaat het om het uitlenen van personeel, dus om uitzendbureaus en detacheerders zoals wij. Een zzp'er zonder personeel kan in de regel geen g-rekening openen, omdat die geen loonheffing afdraagt. De rechtsvorm maakt daarbij niet uit, ook een eenmanszaak of vof met personeel kan er een krijgen. Verander je later van rechtsvorm, bijvoorbeeld van eenmanszaak naar BV, dan hef je de oude g-rekening op en vraag je voor de nieuwe rechtsvorm een nieuwe aan.

Hoeveel er op de g-rekening wordt gestort, spreek je per opdrachtgever af. Het SNA-keurmerk (NEN 4400-1) was tot nu toe de manier om dat percentage omlaag te krijgen. Wij halen het nu vooral voor de Wtta: de inspectie voor de toelating toetst grotendeels aan dezelfde normen als NEN 4400-1, dus met SNA ben je daar al op voorbereid. Sinds we ons daarop voorbereiden registreren we de uren met begin- en eindtijden.

Sinds de start van het bedrijf heb ik opvallend veel brieven op papier naar de Belastingdienst moeten sturen, en de g-rekening is daar een goed voorbeeld van. We hadden die eerst alleen geopend voor de loonheffing. Het btw-nummer is vrijwel gelijk aan het loonheffingennummer, alleen eindigt het op B01 in plaats van L01, dus ik ging ervan uit dat de rekening daarmee ook voor de btw te gebruiken was. Dat bleek niet zo: je stort, krijgt het teruggestort, en dan gaat er weer een brief op papier naar de Belastingdienst om ook de btw aan de rekening te koppelen.

Ook het deblokkeren van de g-rekening gaat niet altijd vanzelf. Het saldo loopt op doordat sommige opdrachtgevers een vast percentage storten dat hoger uitvalt dan de loonheffing en btw die er werkelijk tegenover staan. Eerder hebben we al eens een deel laten vrijgeven, en dat ging zonder onderzoek door. Deze keer was ik aan de beurt voor een boekenonderzoek. Volgens de veldtoetser kwam dat door de combinatie van de g-rekening met onze sectorindeling, want we stonden nog niet als uitzendbedrijf ingedeeld. Tussen het verzoek en het bezoek van de Belastingdienst zaten bijna drie weken, en zolang dat loopt staat het geld vast. Onze boeken zijn op orde, dus het onderzoek zelf viel mee. Rond het middaguur kwam de Belastingdienst op kantoor, dezelfde dag lag er een conceptrapport, en de conclusie was dat er geen aanwijzingen waren voor onjuist gebruik van de g-rekening en dat het volledige bedrag kon worden vrijgegeven. In het gesprek kwam ook de sectorindeling voor de werknemersverzekeringen aan bod. Nu we meer detacheren dan toen we begonnen, passen we beter in sector 52 Uitzendbedrijven. Die herindeling vragen we aan, zodat we daar uiterlijk medio 2027 onder vallen.
Twee enveloppen van de Belastingdienst, met het adres onleesbaar gemaakt

Wat er aankomt: de Wtta en de g-rekening

De komende jaren verandert er flink wat. De Wtta, de Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten, gaat in op 1 januari 2027. Vanaf 1 januari 2028 mag je alleen nog uitlenen met een toelating van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU). Bestaande uitleners kunnen zich in november en december 2026 aanmelden voor de overgangsregeling, de aanvraag zelf loopt van 1 mei tot en met 30 juni 2027 en vanaf 2028 wordt er gehandhaafd. Die handhaving geldt ook voor de inlener: een klant die zaken doet met een uitlener zonder toelating riskeert zelf een boete. Wie op 30 juni 2027 een geldig SNA-keurmerk heeft, hoeft zich niet aan te melden voor de overgangsregeling, maar moet wel een toelating aanvragen.

Voor de toelating heb je onder meer een VOG voor rechtspersonen nodig en een waarborgsom van 100.000 euro. Een starter stort die in twee delen, eerst 50.000 euro en na zes maanden nog eens 50.000 euro, en krijgt het geld pas na vier jaar terug als hij zich aan de regels heeft gehouden. Dat is geld dat je niet in mensen of groei kunt steken, en voor een bedrijf van een paar jaar oud is dat een flinke hap. Uitleners die op 31 december 2026 al vier jaar onafgebroken als uitlener zijn ingeschreven, aantoonbaar hebben uitgeleend en een schone verklaring van de Belastingdienst kunnen laten zien, zijn vrijgesteld.

Ook aan de g-rekening verandert iets. Je hoort er van alles over, ook dat hij zou verdwijnen. Dat klopt niet: de staatssecretaris van Financiën wil hem juist verplicht maken voor uitleners, al gaat dat niet eerder in dan 1 januari 2029. Wat wel verandert is de inlenersaansprakelijkheid. Vanaf 2027 kan de Belastingdienst een inlener aansprakelijk stellen voor 35 procent van het factuurbedrag, zonder eerst uit te zoeken wat de uitlener echt schuldig is. Stort de inlener die 35 procent op de g-rekening en voldoet hij aan zijn administratieve verplichtingen, dan is hij in principe gevrijwaard. Dat geldt voor belastingtijdvakken vanaf 2027. Het SNA-keurmerk blijft bestaan als kwaliteitskeurmerk, maar geeft onder de Wtta geen vrijwaring meer.

De administratie eromheen

Dan nog twee onderwerpen die niet specifiek voor uitleners gelden, maar waar je als detacheerder wel snel mee te maken krijgt. Het eerste is wat je medewerkers naast hun salaris geeft, en daarvoor heb je met twee regelingen te maken. De werkkostenregeling gaat over de loonheffing. Binnen de vrije ruimte, in 2026 2 procent van de fiscale loonsom tot 400.000 euro en 1,18 procent daarboven, kun je onbelast vergoedingen en verstrekkingen geven. Ga je daaroverheen, dan betaal je 80 procent eindheffing over het meerdere.

Voor de btw is er daarnaast het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting (BUA). Krijgt een medewerker in een jaar voor meer dan 227 euro exclusief btw aan voorzieningen, bijvoorbeeld een kerstpakket of een personeelsuitje, dan mag je de btw op al die voorzieningen niet aftrekken. Wij gaan daar per persoon sowieso overheen, dus aan het eind van het jaar corrigeren we die btw in de laatste aangifte, net als de btw voor het privégebruik van de auto's van de zaak.

Het tweede zijn facturen via een broker. Bij opdrachten via een broker die met self-billing werkt, maakt de broker de factuur namens jou op. Die boek je niet als eigen verkoopfactuur en hij krijgt geen nummer uit je eigen factuurreeks. Je controleert de uren, het tarief en de btw, en de btw hoort in de periode van de factuurdatum die de broker gebruikt.

Als je zelf gaat uitlenen

Gaan je collega's bij klanten werken, of is dat al zo, dan zou ik deze punten nalopen:
  1. Controleer of je KVK-registratie en SBI-code passen bij hoe je nu werkt, en pas ze aan als uitlenen je verdienmodel is geworden.
  2. Vraag bij elke opdrachtgever de arbeidsvoorwaarden op, zodat je kunt laten zien dat de beloning minstens gelijkwaardig is.
  3. Zoek uit of er een verplichtgesteld pensioenfonds voor je geldt voordat je een eigen regeling kiest.
  4. Vraag een g-rekening aan met zowel je loonheffingennummer als je btw-nummer eraan gekoppeld, zodat je niet hoeft te wachten op een extra brief.
  5. Kijk of je sectorindeling voor de werknemersverzekeringen nog klopt.
  6. Leen je al uit, meld je dan in november of december 2026 aan voor de overgangsregeling van de Wtta, en reken de waarborgsom door in je planning.

Geschreven door een expert van Argus IT

Zo’n expert in je team, of zelf zo werken in security, IAM of cloud?

Samantha Kloos-Kilkens

Samantha Kloos-Kilkens

Samantha Kloos-Kilkens werkt al meer dan tien jaar in security en identity, waarvan acht jaar bij Microsoft in de productgroep Identity and Network Access. In 2023 richtte ze Argus IT op en ze heeft een zwak voor de verborgen pareltjes in Entra ID. CISSP, CCSP, CISM, CCSK en Microsoft Certified Trainer.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang een seintje wanneer we een nieuw artikel publiceren of nieuws te delen hebben.